Visie op Jongens en Mannen

Laatst gewijzigd: 24/05/2020

Energie, creativiteit en fantasie

Jongens groeien op met energie, creativiteit en fantasie, proberen graag dingen uit: vol mogelijke kwaliteiten. Zij willen contact met anderen, ontdekken wat zin heeft, hun leven betekenis geven en zij hebben de wereld veel te bieden. Er komt veel op hen af. Wat kun je, wat kies je, waar liggen je talenten? Wat heeft werkelijk waarde? Wat komt daarbij kijken? Wat kunnen zij zelf?

Zij nemen en lopen risico’s: om er van te leren, om zichzelf en hun krachten te meten, maar wellicht ook om de ‘kicks & clicks’ die gevoelens van twijfel tijdelijk doven. Waar is begrenzing, kennis of juist meer uitdaging noodzakelijk? Wie en wat hebben zij daarbij nodig?

Geen jongen is hetzelfde en je kunt jongens ook niet reduceren tot hun sekse. Toch kun je zeggen dat zij in sommige opzichten voor andere opgaven staan dan meisjes: bij hun groei van baby tot puber en van puber naar persoonlijkheid. Dit hangt samen met hun aanleg, hun soms nog onbeheerste energie, maar ook met de voorbeelden en rolverdeling die zij aantreffen en met de manier waarop de omgeving tijdens hun rijping op hen reageert.

De wereld verandert snel, verhoudingen tussen mannen en vrouwen verschuiven. De arbeidsmarkt vraagt steeds meer om sociale intelligentie, talige vermogens, open communicatie, zorgvaardigheden en het nemen van verantwoordelijkheid voor de gevolgen van eigen gedrag. Soms lijken meisjes dit gemakkelijker te ontwikkelen. Jongens kunnen dat zeker ook, maar dat gaat niet vanzelf. Ook zij hebben toekomstperspectief nodig. Oude keurslijven van traditionele mannelijkheid, dwingende rollen, rituelen en gedragswijzen zijn achterhaald, ook voor jongens liggen nieuwe mogelijkheden open.
Sommigen zijn hier niet op voorbereid, ervaren verlies, ontwikkelen wrok en vinden hun uitweg in woede en geweld, eventueel vals geïnspireerd door radicale varianten van (sterk vereenvoudigde) religies of politieke bewegingen die hen een eigen identiteit lijken te geven. Anderen trekken zich terug achter hun toetsenbord en/of gebruiken drugs en alcohol: vormen van zelfmedicatie. I.p.v. externe regulering, dwang en gehoorzaamheid, komt meer nadruk te liggen op zelfregulering en verbinding met anderen. Jongeren (moeten) leren met twijfels om te gaan. Dit stelt opvoeding en onderwijs voor werkelijk nieuwe eisen.  Zie ook: overzicht van items

In het onderwijs, maar ook in steeds meer banen en in relaties is de emancipatie van meisjes en vrouwen duidelijk te zien. Dat vraagt om veranderingen bij jongens en mannen, betere werk-zorg arrangementen & wetgeving voor vaders, maar deze veranderingen bieden hen ook nieuwe kansen; bijvoorbeeld de last van hypotheek samen delen, grotere flexibiliteit in carrière en opvoeding/zorg voor een volgende generatie.

Gebruik hun kwaliteiten: ‘Use it or lose it…‘. Maar als we het potentieel, de energie en de vragen van jongens verwaarlozen gaan sommigen zich extra riskant gedragen. Anderen vallen terug in oude vormen, een deel keert zich tegen de wereld, destructief tegen anderen, vrouwen, minderheden of gezagsdragers, maar ook tegen zichzelf. Jongens komen vaak negatief in beeld, maar waar zijn zij mee bezig?

Wangedrag is vaak een (beroerde) ‘oplossing’ voor iets, voor een drang, een behoefte, een conflict. Er zijn dus ook andere, betere oplossingen. Die behoefte, drang, impuls of fantasie is bewerkbaar. Domweg handhaven van geboden en verboden zonder perspectief op ‘Wat dan wél?‘ werkt niet, helpt niet en vréét energie. De energie, kwaliteiten, wensen, dilemma’s of problemen van jongens verdienen meer aandacht. In opvoeding, kindercentra en onderwijs of bij sport, verkeer, jeugdzorg of justitie.

Werken met jongens is vóór alles iets mét jongens doen. Vanuit het fysieke en het emotionele naar het mentale –reflectie – en weer terug –  iets doen. Zelfmanagement, zelfreflectie, nieuwsgierigheid, kennis en zich verbinden met anderen en de wereld. (“Wie ben ík? Welke signalen krijg ik van mijn lichaam en uit mijn omgeving?“). Van zèlf gewaarworden wie zij zijn, wat zij meemaken en zichzelf accepteren, gaan zij naar gewaarworden van anderen en hun eigen verantwoordelijkheden. “Het is goed dat ik er ben, ik mag er zijn, en van dáár uit kan ik nog veel leren en bijdragen“.

‘Constructief werken met jongens’ wordt geïnspireerd door eigen ervaringen, ervaringen van anderen en onderzoek: variërend van bio- en neuropsychologie tot socialisatie, sociologie, pedagogie, geschiedenis, filosofie en welke andere invalshoek dan ook die productief is. We hoeven niet bang te zijn voor sekseverschillen omdat ze bestaande wantoestanden zouden legitimeren. Integendeel: als wij kennis nemen van, en feeling ontwikkelen voor sekseverschillen in aanleg, rijping en de manier waarop de omgeving hen beïnvloed, kunnen wij waar nodig daar goed op inspelen en  jonge mannen met onze ervaringen, kennis en inzichten steunen: goed voor hen en voor ieder die met hen te maken heeft . Zo kunnen jongens, geruggensteund door kennis en inzichten van anderen, hun eigen keuzes maken en hun energie in goede banen leiden, op zoek naar een leven met betekenis, respect voor zichzelf en anderen en met aandacht en verantwoordelijkheid voor de wereld die wij delen.

Deze visie wordt in allerlei vormen verder uitgewerkt op de pagina Basistekst Jongens in balans(algemeen), en toegepast op de verschillende pagina’s  zoals opvoeding, onderwijs, verkeer en jeugdzorg, vaak met downloadbare teksten, links, tips en actualiteiten.

Reageren