‘Dat maak ik zelf wel uit!?’

Laatst gewijzigd: 13/09/2017

Werken met jongens: pedagogiek met gevoel voor sekse- en genderverschillen.

Aanleg, socialisatie en rijping

6e herziene en aangevulde druk. Utrecht 2017

ISBN: 978-94-91197-70-3

Verkrijgbaar vanaf begin september bij mij, via de button hier of op de homepage, maar ook via de boekhandel (of binnenkort ook bol.com; let daar op dat je niet de eerste druk 2e hands krijgt, daar vraagt men liefst € 79,99 voor… maar die is écht verouderd!)

Jongens ontwikkelen al experimenterend veel kwaliteiten. Zij treden naar buiten met durf en plezier, spelen met posities, testen elkaars vaardigheden en kracht. Gaan wel eens te ver, maar hebben ook vaak een primair gevoel voor sportiviteit en rechtvaardigheid. Maar soms is ‘mannelijkheid’ als een slecht zittend jasje. Er hangen nauwelijks andere jasjes in het rek of je bent bang dat je daarin voor gek loopt, dus je koopt die ene en je past je houding zo aan dat het past. Na een tijdje dénk je dat het past, terwijl je er een beetje krom bij loopt. ‘Mannelijk’ gedrag heeft vaak iets krampachtigs.

  • Waar zijn jongens mee bezig? Hoe zien zij hun toekomst?
  • Hoe krijgen zij kijk op hun talenten?
  • Hoe geven zij hun leven betekenis?
  • Hoe krijgen zij hun eigen motieven duidelijk?
  • Welke voorbeelden krijgen zij?
  • Wát zijn zij aan het leren?
  • Zien zij de gevolgen van hun gedrag?
  • Hoe leren zij en hoe kunnen wij hen daarin steunen?
  • Wat is de rol van vaders en moeders? Leerkrachten?
  • Hoe kunnen zij zich met anderen verbinden?

Vergelijk 100 jongens en 100 meisjes op beweeglijkheid, groei, taal, fijne & grote motoriek, concentratie, experimenteerdrang, impulsiviteit, ongelukken en verbale of fysieke communicatie. Zonder overdrijving ontstaat toch een duidelijk en genuanceerd beeld van verschillen; goed onderzocht in o.a. de neuropsychologie en gerapporteerd door ouders, pedagogen en leerkrachten. Gemiddeld groeien jongens onregelmatiger, rijpen langzamer en hebben meer moeite met het huidige onderwijs. De meesten komen er uiteindelijk wel, maar velen komen niet helemaal uit de verf. Zij leren anders: minder talig, meer ruimtelijk fysiek, minder bang voor fouten.
Zij moeten hun energie leren hanteren, tasten fysieke grenzen af, hebben ook grenzen én steun nodig en concurreren onderling vaak anders dan de meeste meisjes. En natuurlijk geldt dit alles voor sommige jongens minder en voor sommige meisjes weer wel.
Dit boek bevat theorie over aanleg, diversiteit & gender, over ontwikkeling, rijping en opvoeding, praktijkverhalen en veel aanwijzingen. Het is voor (aankomende) professionals die met jongens werken die problemen hebben en/of veroorzaken. Ook ouders met zoons kunnen er veel in vinden. Het leidt tevens tot zelfinzicht. Mannen waren zelf ooit jongens. Wat is er van die jongen terechtgekomen? Kennen zij hem nog? En sommige vrouwen wordt een spiegel voorgehouden hoe zij tegen jongens aankijken.

 Inhoudsopgave

VOORWOORD

INLEIDING

DEEL 1       JONG … JONGEN … MAN. CONCEPTUEEL KADER

1   WIE HET WEET MAG HET ZEGGEN!

1.1       Inleiding
1.2       Jongens: verschillen en overeenkomsten
1.3       Ontwikkelingspsychologie en socialisatie
1.4       Binnen- en buitenwereld
1.5       Jongensmethodiek: zin of onzin?
1.6       Methodiek en methodiekontwikkeling

2   VOORBEELDEN: MANNEN IN DE BUITENWERELD

2.1       Inleiding
2.2       Fulltime werk & kostwinnerschap: de traditionele balans tussen buiten- en binnenwereld
2.2.1          De `schijf van 5′
2.2.2          Voor- en nadelen
2.3       Overeind blijven
2.3.1           Hokjes
2.3.2           Compensaties
2.3.3           Verzorging
2.3.4           Vechten, vluchten of ‘weg organiseren’
2.4       De traditionele balans verstoord
2.5       Uitwegen: een nieuwe balans op de `schijf van 5′

3   JONGENS: TUSSEN BIOLOGIE EN MAATSCHAPPIJ

3.1       Freud voorbij? Mannelijk en vrouwelijk: biologische verschillen en hun betekenis
3.1.1    Zichtbaar en functioneel
3.1.2   Chromosomen, hormonen, hersenstructuur en gedrag (herzien in 2e druk)
3.1.3   Enige relativering
3.2       Maatschappelijke erfenis en veranderingen
3.2.1   Gezondheid en levensduur
3.2.2   Welvaart en techniek
3.2.3   Milieu
3.2.4   Nederland multicultureel
3.2.5   Leeftijdsopbouw
3.2.6   Arbeidsmarkt
3.2.7   Individualisering en schaalvergroting
3.2.8   Emotionalisering
3.2.9   Identiteitsvorming, sociale controle en zelfregulering

4   KINDERJAREN: KWETSBAAR EN TOCH AUTONOOM?

4.1       Inleiding
4.2       Invloed van de omgeving
4.3       Identiteitsontwikkeling via voorbeelden
4.4       Ontwikkeling van relationele vermogens
4.5       Gewetensvorming

5   ADOLESCENTIE: OP WEG NAAR VOLWASSENHEID

5.1       Inleiding
5.2       Werk, carrière en zorgverantwoordelijkheid
5.3       Onderwijs en arbeidsmarktperspectief
5.4       Vrije tijd: jongens onder elkaar: kameraadschap en concurrentie
5.5       Vrije tijd: meisjes, intimiteit en seksualiteit
5.6       Invloed en verwerking van media en reclame
5.7       Agressie, depressie en vlucht
5.8       Allochtone jongens
5.9       Tot slot

6          EEN ANDERE BALANS. INGREDIËNTEN VOOR EEN SEKSESPECIFIEKE PEDAGOGIEK

6.1       Inleiding
6.2.      Positionering: jongenswerk tussen pedagogie en andragogie
6.2.1.  Het opvoedkundig dilemma tegenover de adolescentie
6.2.2   Vrijlaten, leiden of aandacht voor de peergroup?
6.2.3   Tussen pedagogie en andragogie
6.3       Ordening en centrale vragen
6.4       Werken aan een nieuw evenwicht
6.4.1   Algemene doelstellingen: de ‘schijf van 5’
6.4.2   Betaald en onbetaald werk: kansen en perspectieven
6.4.3   Zorg en relaties, ontspanning en horizonverruiming
6.4.4   Concrete doelstellingen
6.5       Aandachtspunten voor werken met jongens
6.5.1   “The proof of the pudding is in the eating”
6.5.2    Recht op leren, recht op experimenteren
6.5.3    Grenzen, voorbeelden en structuur
6.5.4   Gedachten, twijfels en onzekerheid
6.5.5   Thematisch werken aan een toekomstperspectief

DEEL 2       PRAKTIJKVERHALEN

7          JONGENSWERK IN GELDERLAND (Hennie Yenal)

8          WERKEN MET MAROKKAANSE JONGENS (Mohammed Sayem)

9          GROEPSTRAINING JONGENS IN DE AMBULANTE HULPVERLENING (Karel Drexhage)

10        SEKSUELE VORMING JONGENS IN INTERNATEN (Ineke Jacobs)

11        AMBULANTE HULPVERLENING PLEGERS VAN SEKSUEEL GEWELD (Ruud Bullens)

12        SEKSUEEL MISBRUIKTE JONGENS (Jos van den Broek)

DEEL 3  VOORLOPIGE CONCLUSIES EN VERDER

13        ANDERS WERKEN MET JONGENS (ANALYSE VAN DE INTERVIEWS)

13.1     Inleiding
13.2     Werving, selectie en samenstelling van groepen
13.3     Groepsdynamiek, de omgang van jongens onderling
13.4     Omgang tussen werkers en jongens
13.5     Programmering en planning: vrijlaten of leiden?
13.6     Omgang met regels en grenzen
13.7     Concrete thema’s
13.8     Technieken
13.9     Omgang van jongens met meisjes

14        OP WEG NAAR EEN JONGENSMETHODIEK

14.1     Inleiding
14.2     Strategische blik op methodische aandachtspunten
14.3     Strategische blik op de theorie
14.4     Wat is er bereikt?
14.5     Hoe verder? Nieuwe werkwijzen in jeugdhulpverlening en jongerenwerk
14.6     Opgaven voor beleid en wetenschap
14.6.1   Beleid
14.6.2   Wetenschap
14.7     Ten slotte

EPILOOG

BIJLAGEN

BIJLAGE 1      JONGENS EN ZORGZELFSTANDIGHEID (concrete stappen)

BIJLAGE 2      AFTASTEN OF AANTASTEN? AANPAK EN PREVENTIE SEKSUEEL GEWELD

BIJLAGE 3      VRAGENLIJST ‘ANDERS WERKEN MET JONGENS’

LIJST VAN HULPBRONNEN (literatuur e.a.)

Reageren of contact opnemen

Indien u wilt reageren op dit bericht, kan dat in het reactieformulier hieronder.

Indien u contact met mij wilt opnemen, kan dit met het contactformulier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *