Aanbod: bijvoorbeeld workshops
De afgelopen jaren heb ik in kindercentra (KDV, BSO) een 40 á 50-tal trainingen of workshops gegeven over ‘De soms verschillende ontwikkeling van jongens en meisjes, hoe daar op in te spelen en de rol van vrouwelijke en mannelijke beroepskrachten’. Het accent ligt op ontwikkeling van jongens en meisjes, hun onderlinge interactie en de interactie met de begeleid(st)ers. Veel kindercentra nodigen mij hiervoor uit in het kader van de nodige professionalisering n.a.v. de NCOK-rapportage.
Ik verzorg wel lezingen, maar ik geef liever geen eenmalige workshops meer. Na een enthousiast onthaal bleef de praktijk toch vaak hetzelfde. Het is juist belangrijk dat de pedagogische medewerk(st)ers zich het verhaal eigen maken, er zelf mee gaan experimenteren, leren van hun pogingen en zo verder komen (en niet afhankelijk blijven van externe input; er is immers geen sprake van een doos met tips en trucs).
In principe heb ik nu min of meer een ‘standaardaanbod’ bestaande uit 2 dagdelen (of avonden) met minimaal 3 á 4 weken er tussen, liever 5 á 6, maar niet langer.
In hoofdlijnen:
De eerste keer inventarisatie van ervaringen en meningen, stevige informatieoverdracht (scholingskarakter) met afwisseling tussen overdracht en werken in kleinere groepen of tweetallen en discussie gevolgd door formulering van eigen aandachtspunten. Dan volgt een periode met zelf observeren en experimenteren, waarna tijdens een tweede bijeenkomst de resultaten worden verzameld, besproken en nadere informatie volgt.
Natuurlijk is iedere training op maat. Als u tevoren specifieke aandachtspunten heeft zal ik daar naar vermogen aandacht aan besteden. Ik blijf meestal even na voor nadere toelichting, persoonlijke gesprekken e.d. Dit wordt altijd erg op prijs gesteld.
Nader uitgewerkt:
De eerste keer ga ik uitvoerig in op de eigen ervaringen van de pedagogisch medewerk(st)ers,(eventueel ook leerkrachten en consultatiebureau medewerkers, combinatie met hen levert veel op!). Ik heb daar specifieke methoden voor, vertoon eventueel een filmpje en er volgt ook een tamelijk pittig (maar zeer interactief) college met PowerPoint (die ik ruwweg volg, en soms ook niet, maar die dan weer wel goed werkt als hand-out).
We sluiten af met een ronde waarbij ieder een eigen aandachtspunt uit die eerste bijeenkomst haalt waarop zij(hij) gaat observeren en experimenteren; ieder bespreekt dit kort met buurman/vrouw en levert haar observatiepunt in bij haar (zijn) teamleidster; ieder houdt een eigen aantekenschriftje of bestandje bij waarin haar observaties, experimenten en waarnemingen staan; verder kiest ieder minstens één collega met een ander aandachtspunt en zij bespreken hun eigen en elkaars vorderingen (liefst met observatie in elkaars groep) in de weken na de 1e bijeenkomst. De teamleid(st)ers zien er op toe dat dit ook inderdaad gebeurt. Ik spreek het liefst van een ‘contract met de deelneem(st)ers’; anders wordt het rendement van deze investering lager.
Op de 2e bijeenkomst inventariseer ik de ervaringen rond deze bijzondere aandachtspunten, is er opnieuw ruimte voor onderlinge reacties en discussie en geef ik wat reacties. Hierbij komt de inleiding van de eerste bijeenkomst weer aan bod maar wordt nu uitgediept. Ervaring leert dat zo’n tweede bijeenkomst een ware schatkamer is: allerlei elementen worden veel meer eigen en deelnemers krijgen ook meer ‘lef’ om naar hun eigen functioneren te kijken en van eventuele verkeerde inschattingen of ‘fouten’ gaan leren. En dat is maar goed ook anders waren die ‘foutjes’ voor niets geweest… ‘Daar waar je struikelt ligt immers je schat verborgen’
E.e.a. wordt afgesloten met een evaluatie en mogelijke aandachtspunten voor de toekomst. De bedoeling is dat deze studieochtenden het eigen lerend vermogen van de deelnemers maximaal aanspreken en zij ook verder zelfstandig verder gaan met het ontwikkelen van hun eigen kennis en vaardigheden rond deze thematiek, eventueel ondersteund door interne supervisie, intervisie of praktijkbegeleiding.

