Onderwijs
(Update 19-7-2010)
Achterstand van jongens in
het onderwijs en de feminisering van het
onderwijs
Reuring in de media
(juli 2010)
De afgelopen weken
verschenen in de media enige berichten die
mijns inziens afbreuk doen aan de discussie
over de achterstand van jongens in
het onderwijs en de feminisering van het
primaire onderwijs. Op 6/7/’10 een
ANP-bericht op de Volkskrant website over
het ITS-rapport ‘De
onderwijsachterstand van jongens’. Dit was
ongenuanceerd en op onderdelen onjuist
vergeleken met het rapport en het
persbericht van de Nijmeegse universiteit.
Zo werd over Rots en Water gesproken als een
uit Australië overgewaaid programma,
terwijl het door Freerk Ykema nota bene in
Nederland is ontwikkeld. Men had dit kunnen
weten , maar plaatste mijn reactie niet. Op
15/7/’10 verscheen er echter een
hoofdredactioneel commentaar in NRC dat
mijns inziens de klok weer jaren
terugdraait. Ook hier werd een uitvoerige
reactie van mij weer niet geplaatst. Omdat
ik het deze keer zo belangrijk vind plaats
ik mijn reactie nu op mijn eigen site (WJ10PUB
NRC reactie(2) op commentaar 15 juli.doc.)
Zin in
een verfrissende duik?
Op 17 maart 2010 organiseerde 'Onderwijs
maak je samen' een conferentie in Deurne
met deze titel. Met o.a. een inleiding door
mij over Jongens en meisjes in het
onderwijs.
Meer informatie:
Conferentie 'Jongens in beeld'
Op
23 november 2009 was er in Utrecht de conferentie
'Jongens in beeld'
(een co-productie met het Algemeen
Pedagogisch Studiecentrum). Een succesvol
event, deelname was flink gespreid over PO
en VO, ondersteuning en besturen, ambtenaren
van OC&W en een enkel Kamerlid. Het heeft er
veel van weg dat het thema 'Jongens in en om
het onderwijs' niet langer kan worden
gebagatelliseerd. Achteraf hadden velen het
gevoel aanwezig te zijn geweest bij het
begin van 'something bigger to come'.
Michael Gurian en Kathy Stevens
schrijven prachtige boeken over
onderwijsstrategieën die zowel jongens als
meisjes rechtdoen. Zie pagina
literatuur
(vooral: Gurian - goede start -, Gurian &
Stevens, Hartma, Mullohand, Rowe, Spence en
Ykema)
Zie verder ook
diverse sites op de pagina
partners en
links (o.a. Australië met veel
praktische boeken)
E-college met interview over jongens in het
onderwijs (Filmpje van 'Onderwijs maak
je samen' Sept.2009

Eerder filmpje met
interview over jongens in het
onderwijs (n.a.v. emancipatie bijeenkomst
Het Godinnenspektakel 9/2/09:

Discussietekst:
Mannen in de Kinderopvang en het
Basisonderwijs.
Discussie op het verkeerde been?
-
Nabije mannelijke
rolvoorbeelden
-
Jongens en meisjes leren
verschillend
-
Mannelijke omgang met
jongens
-
Conclusie
-
Nader uitgewerkt
-
Primair Onderwijs
-
Voortgezet onderwijs en
beroepsonderwijs
-
HBO & Universiteit
-
Remedies
Voor
gehele tekst:
click hier
Verder:
33 Tips voor het beter omgaan met jongens in de
school
(deze werken soms ook bij meisjes, maar daar gaat deze
lijst
niet specifiek over. Advies: experimenteer
en zoek uit of ze in uw situatie
werkzaam zijn) Print e.e.a., geen
copyright, wel graag bronvermelding.
In zijn boek ‘Real Boys’ zegt William Pollack
dat onze samenleving zich zorgen zou moeten
maken over de ‘boys code’. Hij noemt vier
elementen van de ‘boys code’:
-
Stoer, sterk, stoïcijns: niet huilen, geen
zwakheid, niet klagen.
-
Geweld is aantrekkelijk (‘Give ‘em hell’-
Clint Eastwood, Bruce Lee)
-
Status, dominantie, macht – schaamte koste
wat het kost vermijden, het masker van
‘coolness’
-
Geen meisjes ‘stuff’
zoals gevoelens,
aanhankelijkheid, warmte, empathie;
“Dat
is allemaal niets voor jongens”.
Deze codes komen overigens in veel patriarchale
culturen voor (LW). Ze zijn op de terugweg,
passen niet meer in internationale samenhang,
uitwisseling, high-tech en veel meer informatie en interactie,
maar deze beweging is niet eenduidig en geeft
soms veel reactie.
Jongens hebben veel energie en veel
mogelijkheden, maar er zijn allerlei redenen om
ons zorgen te maken over de ontwikkeling van
veel (niet alle!) jongens in onze samenleving en
hun bijdrage aan het behoud en de verdere
ontwikkeling van deze planeet. Hun kwaliteiten
komen te weinig aan bod of komen niet uit de
verf.
Jongens worden gezien als lastig, ‘ze’
veroorzaken veel problemen, vertonen wangedrag,
maken de straten onveilig. De
criminaliteitscijfers onder jongens zijn veel
hoger dan onder meisjes (wier mogelijk wangedrag
overigens andere vormen aanneemt, maar daar gaat
deze tekst niet over). Jongens presteren
gemiddeld slechter dan meisjes in het onderwijs.
En bovendien zijn het soort banen die van
oudsher voor traditioneel opgegroeide jongens
geschikt zijn, aan het verdwijnen.
Hun emoties worden slecht begrepen en omdat
volwassenen hen te weinig bijstaan grip op
zichzelf te krijgen, zijn zij gemakkelijk
doelwit van reclame. Deze springt in de gaten
welke in hun ontwikkeling gevallen zijn en
verleidt jongeren tot materiële compensatie en
uiterlijke schijn voor
tekort aan een goed zelfgevoel. Ook zijn jongens
juist door hun beperkte, geforceerde en
eenzijdige ontwikkeling gemakkelijk te
rekruteren door radicale bewegingen die hen
inzetten voor hun eigen belangen.
Er zijn
gemiddeld grote verschillen in de
ontwikkeling tussen jongens en meisjes
(verschillen in aanleg én in de manier waarop de
omgeving op hun ontwikkeling reageert). Het
lijkt er op dat ons onderwijs eerder
geschikt is voor meisjes dan voor jongens.
Zonder ook maar íets af te doen aan de
mogelijkheden voor meisjes is het zinvol om stil
te staan bij de eigenheid van jongens en bij de
manier waarop we daar in ons onderwijs meer aan
tegemoet kunnen komen.
Hier alvast 33 aanbevelingen, sommigen brengt u
ongetwijfeld al in praktijk. Kijk en vergelijk,
bespreek het eventueel met collega’s. Maak
video’s van uw eigen interacties met de jongens
in de klas,
vraag een collega om uw interactie met de
klas te filmen, wellicht vind u zelfs een
manier om de leerlingen daarbij te
betrekken, en bespreek e.e.a. na met
collega's.
Trek er eens een middagje voor uit
om n.a.v. die video de lezing die ik misschien
al bij u op
school heb gegeven of anders deze tekst nog eens langs
te lopen..
Lesgeven is soms een eenzame klus. Déél die.
"Wat ging er goed? Wat zou jij anders
doen? Heb je nog tips?"
1. Werkelijk regel 1:
Contact. Laat zien dat je hen ziet en
nieuwsgierig bent naar wat jongens beweegt en
wat zij te vertellen hebben. Onderzoek allereerst waar de
kwaliteiten zitten van jongens waar u mee te
maken krijgt, en laat merken dat je die ziet
(niet te dik, gewoon straight: “Dat deed je,
ik zag dat je dat deed, ik hoorde dat je dat….
Deed. Dat vind ik prima” (punt, geen maar…
). Eventueel een andere keer:
“Waar ik het graag met
jou over wil hebben….”
2. Verbieden remt
of blokkeert, is soms ook nodig, maar geeft geen
richting. Geeft hooguit aan wat niet.., maar niet
wat wél. Gedragsverandering komt vooral door
belonen en prijzen maar zelden door straf,
jongens gehoorzamen hooguit tijdelijk
maar verinnerlijken dit gedrag nauwelijks. Straf
werkt vaak eerder contraproductief, (hoe kun je
er onder uit komen, bagatelliseren. Mogelijk
krijgen zij wraakfantasieën die oprechte spijt
over wat ze gedaan hebben in de weg zitten.
Straf kan zelfs statusverhogend werken. Probeer
te ontdekken wanneer zij zich goed gedragen, en
geef ze dan een opsteker, soms subtiel, niet te
opvallend, soms voluit. Geef nooit een opsteker
en kritiek tegelijk, dat werkt verwarrend.
3. Onderzoek eens hoe vaak jongens een masker
dragen om zich te beschermen (tegen ‘afbrekers’)
en om te voorkomen dat ze zichzelf hoeven te
tonen (althans in hun eigen zwakke zelfbeeld).
Leerkrachten kunnen leren om niet met de maskers
te communiceren, maar alleen te praten met de
‘echte’ jongens daarachter. Jongens kunnen leren
die maskers af en toe af te zetten (als de
situatie ‘veilig genoeg’ is) als ze een normaal
leven willen gaan leiden en in contact met hun
gevoelens komen, zodat ze daar iets mee kunnen
doen, i.p.v. ze weg te stoppen en vervolgens te
reageren uit verwarring, boosheid en wrok. Heel
veel energie van jongens gaat zitten in hun
eigen veiligheid, afweer, niet áf gaan, etc.
Dit gaat ten koste van hun leren.
4. Ouders en leerkrachten kunnen voorkomen dat
jongens zich moeten schamen. Als zij zich
schamen trekken ze zich immers terug uit de
communicatie. Dus niet: “Hoe heb je dat
kunnen doen!!?”, maar: “Vertel eens, wat
is er eigenlijk gebeurd?” (geïnteresseerde toon…
Achter de hand; "Tja, dat dat niet kan,
of mag, da's duidelijk, maar vertel eens,
hoe kwam dat zo, en hoe kan het eventueel
anders?")
5. Stel kritiek uit tot een dáárvoor geschikt
moment (bijv. als er geen anderen bij zijn) en
maak er gewoon feedback van (“Ik zag dat
je…., Wat vind jij ervan als ik zeg…”, of
“Ik heb er last van als jij …” of
“Zou je nou wel a, b of c…; ik denk dat
anderen daar last van hebben..” etc. (Jongens ‘pikken’
veel meer als je hen ook waardeert voor zaken
waar ze gewoon goed in zijn, of als jij merkbaar
ziet hoe ze iets goed proberen te doen, ook al
lukt het niet... "Ik zag dat je je een paar
keer inhield en geen mep gaf. Prima!").
6. Jongens die snel worden gestraft krijgen niet
het motief iets goed te maken; met een straf is
immers de lei weer schoon en kunnen ze gewoon
doorgaan met een volgende keer zonder de
verantwoordelijkheid te voelen het dan ánders te
doen.
7. Probeer je correctie (soms
natuurlijk nodig) bij jongens op een kalme, gebiedende, niet boze maar
duidelijke toon 4 tot 5 keer te herhalen,
bijv.: “Je moet nu gaan zitten”.
8. Voorkom een strijd om de waarheid door
discrepanties te benoemen: “Aan de ene kant
zeg jij dat je de tafel niet vies hebt gemaakt
met de verf, aan de andere kant zie ik dat er
duidelijk verf op je handen zit; dus ga nu maar
de tafel schoonmaken.” Voorkom de strijd om
ja of nee (hij hoeft niet ‘plat’, hij weet zelf
duvels goed hoe e.e.a. in elkaar zit (en de
rest meestal ook). Geef de jongens de kans om te
herstellen wat ze gedaan hebben zonder dat ze
schaamtevol moeten bekennen. Afgang werkt
averechts. Echte autoriteit heeft ook geen
bekentenis nodig….
9. Geef de jongens ook de tijd om met jongens te
werken. Bijvoorbeeld; 1/3 van de tijd met
jongens, 1/3 gemengd met meisjes en 1/3 met
vrienden. Structureer dat in het programma. Laat
het niet aan toeval over. Kijk eens hoe het
uitpakt als je de tafelgroepen
soms wisselt.
10.
Overweeg eens om
af en toe jongens en
meisjes apart les te geven. Dat geeft jongens de
kans om actiever deel te nemen in gebieden
waarin meisjes meestal beter zijn. Experimenteer
en kijk wat het oplevert.
11.
Jongens hebben vaker regels nodig omdat zij hun
energie nog niet in balans hebben. Ze gaan soms pas
aan het werk als duidelijk is:
- wie de baas is
- wat de regels zijn
- en of ze consequent worden toegepast
Dat geeft hen de veiligheid en de rust om te
leren, doordat ze niet steeds in de gaten hoeven
te houden of anderen hen te na komen (dat geeft
stress en die gaat ten koste van leren, leren is
immers veranderen… dan moet de rest wel ‘safe’
zijn…) Langzaamaan
kunnen ze steeds meer zelf regelen.
Stimuleer dat zonder ze te overvragen.
12.
Rustige achtergrondmuziek helpt jongens (vaak
ook meisjes) om geconcentreerd te blijven
werken.
13.
Jongens praten vaak gemakkelijker over emoties
als ze bewegen of als ze iets doen, dat
stabiliseert hen. Tijdens
activiteiten die ze leuk vinden, kunnen ze zich
veel gemakkelijker openen voor hun gevoelens en
over hun problemen vertellen. En dan zijn zij
ook meer ontvankelijk bij hulp om e.e.a. zoveel
mogelijk zelf aan te pakken.
14.
Jongens houden van fysiek contact. Geef ze af en
toe een hand als ze iets goed gedaan hebben, of
een klap op hun rug of schouder, mits gemeend,vooral
niet 'overdone'.
15.
De verlichting in de klas zou in
sommige gevallen
meer kunnen worden gedempt. Dat creëert een atmosfeer waarin jongens gemakkelijker over
emoties praten en over relationele problemen. Fél licht maakt alles zichtbaar en maakt extra
op je qui-vive.
16.
Jongens zijn vaak erg visueel (taal ontwikkelt
zich bij hen gemiddeld wat later, met name niet
instrumentele maar meer reflectieve taal). Gebruik schema’s met
pijlen of verbindingen. Het gebruik van kleur is
ook belangrijk. Jongens letten beter op als er
op het bord of op een prikbord aan de muur veel
kleur gebruikt wordt en de informatie beklijft
dan beter.
17.
Als jongens verantwoordelijkheid krijgen, dan
groeien ze. Als ze die verantwoordelijkheid
later weer kwijtraken dan kan dat grote
problemen leiden. Werk - zoals praktisch steeds
- stapsgewijs. Zorg dat de graad van
verantwoordelijkheid per klas toeneemt (Vgl.
Vygotsky op mijn site,
achteraan in de tekst
meer achtergronden).
18.
Jongens hebben het nodig dat ze iets te zeggen
hebben over hun omgeving. Laat het liefst hún
regels zijn, niet die van een ander, laat ze er
over meepraten, of zelf regels ontwerpen (en dan
kunnen zij zélf merken wat er eventueel aan schort),
eventueel met een zekere begeleiding
(coachend: "Wat willen jullie bereiken,
hoe ziet de zaak er nu uit, wat zijn de
omstandigheden, wat zijn de mogelijkheden,
hoe en wat gaan we nu doen?").
19.
We kunnen jongens veel meer woorden geven
en helpen vinden om hun
gevoelens te beschrijven. Boosheid is soms de
enige vorm die jongens van hun ‘peergroup’ mogen
tonen. We kunnen ze de kans geven te leren om
angst, frustratie, schaamte, teleurstelling,
gekwetst zijn gewaar te worden, te voelen en te
benoemen of verwoorden. Dan helpt het als
zij zich kunnen ontspannen (bijv. via
ademhaling, beweging, vgl. het
Rots
& Water programma)
20.
Jongens kunnen ook leren schrijven over hun gevoelens
als ze eenmaal zo ver zijn (fijne motoriek is
vaak wat later). Ze zijn daar vaak veel minder
goed in dan meisjes, maar dat hóeft niet (vgl.
veel mannelijke schrijvers). Het heeft ook te
maken met een gemiddeld wat later
ontwikkelende fijne motoriek (tempo-verschil)
dat echter kan maken dat zij een hekel aan
schrijven krijgen als het wordt geforceerd
of als de resultaten zich - naar hún gevoel
- tegen hen keren. Strafregels schrijven is
nu ook niet meteen een erg plezierige
associatie. Ook als ze op
papier schijnbaar ‘grof’ of ongenuanceerd zijn,
is het heel wat om dat aan papier toe te
vertrouwen. Probeer er open over te
communiceren. "Goh, vind je dat?" "Bedoel je
misschien...?" En ga er dan op
door zonder meteen het (verborgen)
beschuldigende vingertje of toontje. Vaak zeggen
ze dan: “Nou ja, ik bedoel… Maar zo stond het
er wel lekker vet”
21.
Volwassenen kunnen model staan in het tonen en
verwoorden van gevoelens, dat is zelfs een van
hun táken t.a.v. volgende generaties.
22.
Jongens leren beter als iets voorgedaan wordt,
en nog beter als ze het zelf mogen uitproberen.
Niet alleen maar luisteren. Het effect van:
- luisteren = 5%
- lezen = 10%
- audiovisueel = 20%
- demonstratie = 30%
- discussie = 50%
- leren door te doen = 65%
23.
Als volwassenen optimistisch zijn over de
toekomst van jongens dan worden jongens dat ook.
Te vaak hangt er een doem over jongens. De
maatschappij heeft last van ze. Gevolg is dat
veel jongens bang zijn voor zichzelf, hun eigen
toekomst en eigenlijk niet echt op willen
groeien. Naast alcohol en drugs krijgen dan ook
computeren, gamen (dáár heb je vat op jezelf en
je omgeving),
raven, e.d. een vlucht- en isolatiefunctie
24.
Zorg in de klas voor meer korte intensieve
activiteiten, in plaats van langdurige periodes
van concentratie. En kijk zo nodig eens naar meer
dynamische werkvormen om de aandacht van jongens
vast te houden. Daag ze uit, vooral bij het
begin van een taak. Jongens moeten veel meer
uitgedaagd worden: “Dit is nu een opdracht
voor ‘échte’ jongens!” (Ook al kun je dat
als rechtgeaard feministe nauwelijks over je
lippen krijgen… Zoek een vorm, een formulering,
nuanceringen komen heus later als jongens zich
eenmaal thuis en geaccepteerd voelen. First
things first.
25.
Moedig jongens vaker aan om hun antwoorden
(verbaal en schriftelijk) uit te breiden, door
niet meteen te reageren op mogelijk wat
grove of onzorgvuldige taal maar gewoon
nieuwsgierig verder te vragen. Goh.. en wat
bedoel je daarmee, en waar denk je dan aan..
(eventueel, als het past: zou
je dat kunnen tekenen? Heb je daar een kleur
bij? Vaak krijg je dan reacties in de zin van "Nou
ja,ik bedoel eigenlijk..." (Daar is
rust, enige ruimte en sociale veiligheid voor
nodig, ook in de relatie leraar-leerling)
26.
Gebruik vaker een quiz om kennis te toetsen. Een
toets is top-down, leerkracht-leerling. Een quiz
is leerling-leerling en daardoor competitiever.
In kleine teams werken en een ‘prijs’ kunnen
winnen. Jongens willen juist vaak erg graag
weten of ze iets beheersen, kennen of kunnen.
Geef eerst niet te zware kleine toetsen (kun je
gemakkelijker inhalen) en langzaam oplopend tot
zwaardere integrale toetsen met meer
tussenpozen.
27.
Geef jongens meer tijd om na te denken voor ze
een vraag van een leerkracht moeten beantwoorden
(iets onder woorden brengen kost hen letterlijk
meer ‘hersen-tijd’ dat wordt pas later minder door
oefening; het gaat niet vanzelf.
Premie op snelheid is premie op niet goed
nadenken. Kijk eens kritisch naar de aanpak van
‘vinger opsteken’. In plaats daarvan: laat
kinderen, maar ook pubers even kort in tweetallen overleggen over
het antwoord; dan leren ze ook gelijk iets aan
elkaar te hebben..
28.
Jongens hebben vaak weinig zelfkennis omtrent
hun eigen leergedrag en hebben dan ook vaker
feedback nodig over hun leergedrag. Mits goed
gebracht zijn ze vaak zéér geïnteresseerd.
29.
Jongens overschatten hun eigen kunnen veelal en
onderschatten de taak. Daar zit veel lef in,
boor dat niet in de grond, maar probeer het met
hen samen in stukjes te delen. (Zie
ook 17.Vygotsky)
30.
Jongens die te veel in branie en bluf zitten,
geven na een mislukking sneller op, zij proberen
het geen tweede keer, zijn bevreesd om te falen.
Help ze daarbij. Voorkom falen bij de eerste
poging. Laat ze eerst succes ervaren en ga dan
een stap verder. Zoek zaken op waarin ze kunnen
slagen, later komen de lastiger dingen.
31.
Jongens kunnen beter heel vaak iets te doen
hebben. Laat ze iets doen tijdens het voorlezen
door de leerkracht (bijv. woorden opschrijven
die ze niet kennen).
32.
Geef ze een papieren rol op hun tafel, waar ze
op kunnen schrijven gedurende de dag; aan het
eind van de dag kunt u of zijzelf die er weer af
halen.
33.
Jongens werken vaker voor hun leerkracht (als ze
het gevoel hebben dat hij of zij hen waarderen).
Investeer in de relatie!
Tot zover, Lauk Woltring,
update 1/4/2010 (alle commentaren en
aanvullingen zijn zeer welkom!)