‘Dat Maak Ik Zelf Wel Uit!?’

Laatst gewijzigd: 03/04/2017

Werken met jongens: pedagogiek met gevoel voor sekseverschillen[1]Dit boek was ooit het resultaat van het project `Werken met Jongens’ aan de Hogeschool van Amsterdam (1989-1994) en werd mede mogelijk gemaakt door de Stichting Kinderpostzegels en het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

5e herziene druk 2006. Tot 2005 is dit vaak aangehaalde boek (1e druk, uitg. Coutinho, Bussum 1995) veel verkocht, gebruikt voor readers, e.d. Toen de 1e druk in 2005 geheel was uitverkocht bleef er voortdurend vraag naar. Een 2e druk bij deze uitgever zat er niet in, tenzij ingrijpend herschreven. Een compleet nieuwe gewijzigde uitgave kost mij veel tijd. Ik gebruik die tijd liever voor het voortdurend bijwerken van deze website; kennis en inzichten ontwikkelen zich immers snel.
Het boek zou nu iets anders zijn geschreven, zou bijv. meer ingaan op sociale media en nog meer resultaten uit de neuropsychologie, maar blijkt in de ogen van velen toch nog steeds van belang om jongens in hun opgroeien te begrijpen.
De grote lijnen in het theoretische gedeelte bleven overeind – of zijn in de 2e en volgende drukken becommentarieerd en aangevuld, m.n. de neuropsychologische achtergronden – en de praktijkverhalen hebben aan actualiteit weinig ingeboet (gaan met name over de communicatie met jongens). Daarom is de eerste uitgave – alleen waar dat echt nodig was – aangevuld en gecorrigeerd.
Deze eenvoudig in eigen beheer uitgegeven 2e/3e/4e/5e druk is nu beschikbaar op A-4 formaat  (199 pagina’s) met een ruimere bladspiegel en door de wat grotere letter leesbaarder dan de eerste druk. De literatuurlijst heb ik niet meer aangepast. In combinatie met de website (actueel, continu bijgewerkt) is het toch de moeite waard; zo zijn er – november 2016 – inmiddels al weer ruim 1000 exemplaren van verkocht.
3e druk: in juli 2012 is de lay-out nog eens aangepast en zijn kleine foutjes verwijderd.
4e druk: 2015 met kleine aanpassingen.
5e druk: 2016 met kleine aanpassingen.

U kunt dit boek bestellen door een bedrag van € 25,00 (incl. porto en adm. kosten) over te maken op Bankrekeningnr. NL72TRIO0390449350 (Triodosbank), Lauk Woltring, Utrecht o.v.v. DMIZWU en een duidelijk adres.

Voor meer informatie volgt hier de flaptekst en de inhoudsopgave:

Flaptekst (origineel)

Waar zijn jongens mee bezig?
Hoe geven zij betekenis aan hun leven?
Welke voorbeelden krijgen zij?
Wat zijn zij aan het leren?
Hoe doen zij dat en hoe kunnen wij hen daarin steunen?  

Met hen nadenken over morele vraagstukken, milieu, verdeling van welvaart of van betaald werk en zorgtaken, vraagt om inzicht. In onszelf, in het biologische aspect van mannelijkheid: aanleg en rijping, in wijzigende maatschappelijke posities en vooral ook in de manier waarop jongens worden gesocialiseerd. Opgevoed door, en opgegroeid tussen vrouwen, hebben veel jongens weinig idee van wat er eigenlijk in volwassen mannen omgaat. Het ontbreekt hen veelal aan voorbeelden en al acterend maken zij zich hun rol als man eigen.
Inzicht in wat jongens drijft is onmisbaar. Niet alleen voor effectieve opvoeding, onderwijs, hulpverlening of jongerenwerk, maar ook voor jeugdpolitie en bijvoorbeeld rij-instructie. Het leidt tevens tot zelfinzicht. Mannen waren zelf ooit jongens. Wat is er van die jongen terechtgekomen? Kennen zij hem nog? En vrouwen wordt een spiegel voorgehouden hoe zij soms tegen jongens aankijken.
Inzicht leidt tot beter begrip van het gedrag van jongens en van de moeite die het kost om hierin veranderingen aan te brengen. Niet om dat gedrag goed te praten, maar om beter op jongens, hun dilemma’s en hun vitaliteit te kunnen inspelen. Zeker als veranderingen ingaan tegen hun eigen socialisatie en tegen de voordelen van de traditionele mannelijke rol, zoals jongens die met name zien. Toch zien veel jongens voor zichzelf een andere toekomst dan zij door veel volwassenen krijgen voorgeleefd, maar goede voornemens zakken vaak weg als zij geconfronteerd worden met de druk van de omgeving, de peergroup, met de eisen van de arbeidsmarkt en hypotheek en met de cultuur waarin carrières vorm krijgen.
Jongens reageren vooral actief op de opgaven en uitdagingen die aan hen worden voorgehouden, hebben daarin plezier, experimenteren graag en treden naar buiten. Soms ook met negatieve gevolgen voor zichzelf en anderen: we zien eenzaamheid, faalangst en afweer, maar ook risicogedrag, overlast, criminaliteit, verslaving, seksueel geweld of compensatie van gemiste kansen in het najagen van statussymbolen. In de wereld van nu worden van jongens soms vaardigheden gevraagd die tegen hun – ondanks alle mooie woorden toch nog vaak traditionele – socialisatie ingaan.
Anders kijken is ook anders doen: aan de hand van theorie en praktijkverhalen wordt aangegeven hoe beroepskrachten in het onderwijs en de jeugdwelzijnssector maar ook elders jongens kunnen ondersteunen bij de ontwikkeling van een leven dat meer in balans is en dat meer recht doet aan henzelf en hun omgeving.

 Inhoudsopgave

VOORWOORD

INLEIDING

DEEL 1       JONG … JONGEN … MAN. CONCEPTUEEL KADER

1   WIE HET WEET MAG HET ZEGGEN!

1.1       Inleiding
1.2       Jongens: verschillen en overeenkomsten
1.3       Ontwikkelingspsychologie en socialisatie
1.4       Binnen- en buitenwereld
1.5       Jongensmethodiek: zin of onzin?
1.6       Methodiek en methodiekontwikkeling

2   VOORBEELDEN: MANNEN IN DE BUITENWERELD

2.1       Inleiding
2.2       Fulltime werk & kostwinnerschap: de traditionele balans tussen buiten- en binnenwereld
2.2.1          De `schijf van 5′
2.2.2          Voor- en nadelen
2.3       Overeind blijven
2.3.1           Hokjes
2.3.2           Compensaties
2.3.3           Verzorging
2.3.4           Vechten, vluchten of ‘weg organiseren’
2.4       De traditionele balans verstoord
2.5       Uitwegen: een nieuwe balans op de `schijf van 5′

3   JONGENS: TUSSEN BIOLOGIE EN MAATSCHAPPIJ

3.1       Freud voorbij? Mannelijk en vrouwelijk: biologische verschillen en hun betekenis
3.1.1    Zichtbaar en functioneel
3.1.2   Chromosomen, hormonen, hersenstructuur en gedrag (herzien in 2e druk)
3.1.3   Enige relativering
3.2       Maatschappelijke erfenis en veranderingen
3.2.1   Gezondheid en levensduur
3.2.2   Welvaart en techniek
3.2.3   Milieu
3.2.4   Nederland multicultureel
3.2.5   Leeftijdsopbouw
3.2.6   Arbeidsmarkt
3.2.7   Individualisering en schaalvergroting
3.2.8   Emotionalisering
3.2.9   Identiteitsvorming, sociale controle en zelfregulering

4   KINDERJAREN: KWETSBAAR EN TOCH AUTONOOM?

4.1       Inleiding
4.2       Invloed van de omgeving
4.3       Identiteitsontwikkeling via voorbeelden
4.4       Ontwikkeling van relationele vermogens
4.5       Gewetensvorming

5   ADOLESCENTIE: OP WEG NAAR VOLWASSENHEID

5.1       Inleiding
5.2       Werk, carrière en zorgverantwoordelijkheid
5.3       Onderwijs en arbeidsmarktperspectief
5.4       Vrije tijd: jongens onder elkaar: kameraadschap en concurrentie
5.5       Vrije tijd: meisjes, intimiteit en seksualiteit
5.6       Invloed en verwerking van media en reclame
5.7       Agressie, depressie en vlucht
5.8       Allochtone jongens
5.9       Tot slot

6          EEN ANDERE BALANS. INGREDIËNTEN VOOR EEN SEKSESPECIFIEKE PEDAGOGIEK

6.1       Inleiding
6.2.      Positionering: jongenswerk tussen pedagogie en andragogie
6.2.1.  Het opvoedkundig dilemma tegenover de adolescentie
6.2.2   Vrijlaten, leiden of aandacht voor de peergroup?
6.2.3   Tussen pedagogie en andragogie
6.3       Ordening en centrale vragen
6.4       Werken aan een nieuw evenwicht
6.4.1   Algemene doelstellingen: de ‘schijf van 5’
6.4.2   Betaald en onbetaald werk: kansen en perspectieven
6.4.3   Zorg en relaties, ontspanning en horizonverruiming
6.4.4   Concrete doelstellingen
6.5       Aandachtspunten voor werken met jongens
6.5.1   “The proof of the pudding is in the eating”
6.5.2    Recht op leren, recht op experimenteren
6.5.3    Grenzen, voorbeelden en structuur
6.5.4   Gedachten, twijfels en onzekerheid
6.5.5   Thematisch werken aan een toekomstperspectief

DEEL 2       PRAKTIJKVERHALEN

7          JONGENSWERK IN GELDERLAND (Hennie Yenal)

8          WERKEN MET MAROKKAANSE JONGENS (Mohammed Sayem)

9          GROEPSTRAINING JONGENS IN DE AMBULANTE HULPVERLENING (Karel Drexhage)

10        SEKSUELE VORMING JONGENS IN INTERNATEN (Ineke Jacobs)

11        AMBULANTE HULPVERLENING PLEGERS VAN SEKSUEEL GEWELD (Ruud Bullens)

12        SEKSUEEL MISBRUIKTE JONGENS (Jos van den Broek)

DEEL 3  VOORLOPIGE CONCLUSIES EN VERDER

13        ANDERS WERKEN MET JONGENS (ANALYSE VAN DE INTERVIEWS)

13.1     Inleiding
13.2     Werving, selectie en samenstelling van groepen
13.3     Omgang van jongens onderling
13.4     Omgang tussen werkers en jongens
13.5     Programmering en planning: vrijlaten of leiden?
13.6     Omgang met regels en grenzen
13.7     Concrete thema’s
13.8     Technieken
13.9     Omgang van jongens met meisjes

14        OP WEG NAAR EEN JONGENSMETHODIEK

14.1     Inleiding
14.2     Strategische blik op methodische aandachtspunten
14.3     Strategische blik op de theorie
14.4     Wat is er bereikt?
14.5     Hoe verder? Nieuwe werkwijzen in jeugdhulpverlening en jongerenwerk
14.6     Opgaven voor beleid en wetenschap
14.6.1   Beleid
14.6.2   Wetenschap
14.7     Ten slotte

EPILOOG

BIJLAGEN

BIJLAGE 1      JONGENS EN ZORGZELFSTANDIGHEID (concrete stappen)

BIJLAGE 2      AFTASTEN OF AANTASTEN? AANPAK EN PREVENTIE SEKSUEEL GEWELD

BIJLAGE 3      VRAGENLIJST ‘ANDERS WERKEN MET JONGENS’

LIJST VAN HULPBRONNEN (literatuur e.a.)

Reageren of contact opnemen

Indien u wilt reageren op dit bericht, kan dat in het reactieformulier hieronder.

Indien u contact met mij wilt opnemen, kan dit met het contactformulier.

   [ + ]

1.Dit boek was ooit het resultaat van het project `Werken met Jongens’ aan de Hogeschool van Amsterdam (1989-1994) en werd mede mogelijk gemaakt door de Stichting Kinderpostzegels en het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *